De oververmoeide ZZP’er. Wat riskeer je als instelling?

De ZZP’er. Grauw van vermoeidheid. Werkt zich een slag in de rondte. Welke risico’s loopt de opdrachtgever daarmee? Kun je die beperken en zo ja, hoe? Daarover gaat dit artikel.

Tijdens een cursus over verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid voor leidinggevenden kwam de ZZP’er ten tonele. ‘Meldt zich een ZZP’er aan de theaterpoort. Denk ik bij mezelf: heeft-ie vannacht 3 of 4 uur geslapen? Welke risico’s lopen we met deze man?

Heel wat op het gebied van de theatertechniek. Ongevallen bijvoorbeeld. En dus boetes van de Arbeidsinspectie. Kun, mag of moet je zo’n oververmoeide kracht dan niet gewoon terugsturen?

Hoe komt het eigenlijk dat het zo ver is gekomen? De ZZP’er is toch een graag geziene gast? Jazeker. Maar tegenwoordig is een VAR-WUO bijna te makkelijk te verkrijgen. Voor je het weet ben je ZZP’er. Ren je van de ene naar de andere klus. Met oververmoeidheid als gevolg.

Waaraan hebben opdrachtgevende podia en gezelschappen behoefte? Aan een ZZP’er die zijn vak goed verstaat. Een professional. Die fit en alert is en… blijft.

Kun je dat juridisch regelen? Het lijkt een loze bepaling in een contract.
Maar let op! Voor werknemers bestaat er ‘het goed werknemerschap’. Wanneer een medewerker te vaak oververmoeid is, kan de werkgever hem aanspreken. Diverse CAO’s bepalen bovendien dat de werknemer voor klussen elders schriftelijke toestemming nodig heeft. En de Arbeidstijdenwet moet de werknemer beschermen tegen al te lang werken en te weinig rusten. Dus waarom niet hetzelfde bij ZZP’ers als oververmoeidheid een reëel risico is?

Wat kun je doen richting ZZP’er? Ik geef drie tips.
1. Fitheid en urenregistratie.
Maak als opdrachtgever de ondergrens duidelijk. Oververmoeide ZZP’er komen er niet in. De ZZP’er zorgt er voor dat hij, voor zover hij zijn opdracht uitvoert op locaties van de opdrachtgever, fit en alert is.
Spreek verder af dat de ZZP’er zich – bewijsbaar – houdt aan de Arbeidstijdenwet / Podiumregeling op dezelfde manier als dat voor werknemers wordt gedaan. Per dag, per week, per jaar. Daarmee heeft de ZZP’er zelf de verantwoordelijkheid voor het bijhouden van zowel gewerkte uren als rust, bij àl zijn opdrachtgevers.
2. Schadevergoeding. Regel (ten overvloede) de mogelijkheid van schadevergoeding, bij schade door schuld van de ZZP’er. En dat schade voor de opdrachtgever mede kan zijn: boetes van de Arbeidsinspectie.
3. Verzekering. Spreek af dat de ZZP’er een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering heeft. Vraag zo nodig om een bewijs. Want wat heb je aan een kale ZZP-kip?

Geen zin in deze juridische poespas? Dan wordt het lastiger om een ZZP’ er aan de poort terug te sturen. De ZZP’er kan dan immers zelf juridische actie ondernemen.

Tenslotte: de wal keert het schip. Een oververmoeide ZZP’er verspeelt zijn reputatie in het wereldje. En het duurt erg lang om die weer op te bouwen.

Wil je meer weten over jouw verantwoordelijkheid en die van je organisatie bij ongevallen en beroepsziekten? Geef je dan hier op voor de eendaagse cursus op 16 mei a.s. te Apeldoorn.

Wil je geholpen worden bij het verbeteren van je contracten? Als instelling of als ZZP’er? Recht & Kunst helpt! Bel of mail voor een afspraak. En abonneer je nu op de nieuwsbrief. Voor handige informatie en tips. Waardoor je juridische problemen voor bent.

Gebruikte trefwoorden voor deze nieuwsbrief: , , , , , , , , , ,