Over veilig werken in theaters buiten Nederland

Over veilig werken in theaters buiten Nederland
‘Je neemt risico’s die je in Nederland niet zou nemen’  

Wie als Nederlands theatertechnicus of productieleider in het buitenland komt te werken zal worden geconfronteerd met de daar geldende regels en gewoonten ten aanzien van veiligheid en risico’s. Wat doe je wanneer je daarbij praktijken tegenkomt die in Nederland niet zouden worden toegestaan?  De recente theaterbrand in Egypte, waarbij 52 doden zijn gevallen, zal bij menig Toneelgroep Amsterdam-medewerker herinneringen hebben opgeroepen aan de omstandigheden waaronder dit gezelschap enkele jaren geleden een Koopman van Venetië in Cairo moest neerzetten (zie het artikel daarover in Zichtlijnen nr 86). Welke risico’s heeft men toen genomen? En had het daar ook zo verschrikkelijk mis kunnen gaan als in september in het cultuurpaleis van Beni Sweif?

Aan de hand van enkele praktijkvoorbeelden ga ik in op een aantal vragen en discussies op dit terrein: hoe zit het eigenlijk met arbo en het buitenland? Welke verplichtingen heeft de werkgever op het gebied van veiligheid en gezondheid? Naar aanleiding van deze verhalen wordt een aantal hoofdlijnen uit de internationale regelgeving geïnventariseerd.

Hollandia
Nico Bink
, momenteel productieleider bij Toneelgroep Oostpool, was jarenlang productieleider bij Hollandia. Hij weet waarover hij praat. ‘Voor mij was het grote verschil tussen Nederland en het buitenland altijd het publiek. In Nederland voelde ik me verantwoordelijk voor de veiligheid van mijn technici, acteurs en actrices, maar ook voor ons publiek. In het buitenland richtte ik me uitsluitend op mijn mensen. Het publiek, dat was de zaak van het organiserende festival of het theater dat ons had uitgenodigd. Je bent als techniek toch altijd gericht op het oplossen van problemen, je houdt je niet bezig met juridische kwesties.
In Europa zie je grote verschillen in aandacht voor de veiligheid. In Nederland zijn wij ver gevorderd, in Duitsland weten ze er ook wat van. Maar kom je in Italië, daar tref je heel andere situaties aan. Lang niet altijd veilig voor onze mensen. Dat was altijd mijn ondergrens: is het veilig voor mijn mensen? Iets ernstigs hebben we nooit meegemaakt, maar soms was je wel blij dat je zonder ongelukken weer terug was in Nederland.’

NDT
Tom Bevoort
van het Nederlands Dans Theater: ‘Welke landen veilig werken en welke niet, dat praat zich vlug rond onder de techniek in Nederland. Vooral in Zuid-Amerikaanse landen als Brazilië, Argentinië en Mexico is veiligheid ver te zoeken. Daar passen we de voorstelling aan: wat qua veiligheid niet kan, doen we niet. Als trekken niet werken, slaan we die over. Theatertechnisch staat er dan soms een andere voorstelling. Natuurlijk in goed overleg met de directie.   Bij bepaalde theaters waar we minder goede ervaringen mee hebben, vragen we onze directie om meer dingen in het contract op te nemen: over het dichten van gaten in de vloer, over een verende vloer, over de studio’s. Dat gebeurt dan meestal wel. Ook komt het voor dat we de directie vragen om te tekenen dat zij verantwoordelijk zijn.) En op het gebied van elektriciteit doen we niets zelf. Meestal gaan we bij nieuwe theaters in het buitenland vooraf kijken. Als groot gezelschap kunnen we ons dat gelukkig veroorloven.’

TGA
Reyer Meeter van Toneelgroep Amsterdam zegt nu, terugkijkend op de twee keer dat TGA in Caïro optrad in het CIFET-festival: ‘Eigenlijk was het wel leuk.’ Toch was het verhaal dat hij indertijd in Zichtlijnen vertelde niet gespeend van hoogspanning, letterlijk en figuurlijk. Hij noemt het voorbeeld van het in elkaar draaien van koperen aders, tape erom, en klaar is de elektriciteitskabel. Hij besluit met de constatering ‘Je neemt risico’s die je in Nederland niet zou nemen.’  Wonderlijk dat de herinnering bij velen zo werkt: wat blijft is de uitdaging…

Ro
Bram de Ronde
is hoofd productie bij het Ro theater. In Zichtlijnen nr 100  hebt u kunnen lezen hoe er gezaagd is in Wenen. Zijn verhaal zou je als volgt kunnen samenvatten. Er moet iets onveiligs en, in Wenen, onwettigs gebeuren op het toneel: een boom doorzagen met de kettingzaag. We zorgen ervoor dat de zager een goede opleiding heeft gehad in bomen zagen. We zorgen dat zijn kostuum daarop is aangepast: broek, bril, handschoenen. De regisseur hebben we medeplichtig gemaakt en zij onderkent het risico dat dit niet geaccepteerd zal worden. De Weense gastheer hebben we gevraagd mee te werken aan een oplossing. Dan komt de Weense Behörde een doorloop bekijken met het oog op veiligheid. Hij kan het groene licht geven, of niet. Hij krijgt op al zijn – uiteraard enigszins suggestieve – vragen een professioneel antwoord. Op die vragen is namelijk geanticipeerd met zaagopleiding, kostuum en dergelijke. En wat gebeurt: de Behörde gaat akkoord. Oostenrijk, qua veiligheid streng, aanvaardt een handeling die in strijd is met de wet. Wat het Ro theater heeft gedaan is verder gaan dan zich aan de regels houden. Het heeft gezorgd dat de autoriteit instemt met een – veilige – inbreuk op de wet. Dat geeft natuurlijk wel het nodige professionele plezier.

Risico’s
Wellicht is dat de nieuwe uitdaging in het buitenland. De uitdaging die in Nederland langzamerhand tot het verleden behoort: risico’s nemen die je hier niet meer kan nemen en bovendien die risico’s beheersbaar nemen, zowel uit een oogpunt van veiligheid als uit een oogpunt van regelgeving.
Waren mensen niet achter de schermen komen werken omdat je voor zoveel onverwachte situaties komt te staan, situaties die je inventiviteit op de proef stellen?

Territorialiteitsbeginsel en arbo
De Arbowet kent het zogenaamde territorialiteitsbeginsel.
Op het Nederlandse grondgebied is de Nederlandse Arbowet van toepassing, met handhaving door de Arbeidsinspectie. Buiten Nederland is de Nederlandse Arbowet niet van toepassing. Er kan in het land van optreden natuurlijk wetgeving zijn over veiligheid, die dan van toepassing is op het Nederlandse gezelschap dat aldaar op tournee is. Zie ook onder Europa en arbo.

Europa en arbo
In de EU-landen is de ‘Richtlijn (…) ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van werknemers op het werk’ van toepassing – richtlijn 89/391/EEG van de Raad van 12 juni 1989. Deze richtlijn moet geïmplementeerd zijn in de nationale wetgeving. Tal van artikelen uit de Nederlandse Arbowet zijn op deze Europese richtlijn gebaseerd.
Enkele kwesties die in de nationale wetgeving van elk EU-land geregeld moeten zijn:
–  De werkgever moet zorgen voor de veiligheid en gezondheid van de
   werknemers inzake alle (!) met het werk verbonden aspecten.
–  Er is een aantal preventieprincipes dat in acht genomen moet worden,
   waaronder:
•    risico’s voorkomen,
•    evalueren van risico’s die niet kunnen worden voorkomen,
•    vervanging van wat gevaarlijk is door dat wat niet gevaarlijk of minder gevaarlijk is,
•    voorrang voor maatregelen inzake collectieve bescherming boven maatregelen inzake individuele bescherming.
–  Samenwerkingsverplichting wanneer meerdere werkgevers op een zelfde
   arbeidsplaats aanwezig zijn. Met het oog op de bescherming tegen en de
   preventie van beroepsrisico’s moeten ze elkaar alsmede hun
   werknemers en/of de vertegenwoordigers van die werknemers van deze
   risico’s op de hoogte stellen.

Een voorbeeld. Wanneer  een Nederlands gezelschap in een EU-land van oordeel is dat een theater niet voldoet aan de voorwaarden van de kaderrichtlijn, dan is het mogelijk dat bijvoorbeeld de aanwezige inspiciënt zijn werkgever hierop attendeert en hem verzoekt passende maatregelen te nemen, bijvoorbeeld in het kader van de samenwerkingsverplichting waar het ontvangende land aan gehouden is. Nog beter is het natuurlijk wanneer in het contract waarmee de voorstelling verkocht wordt voorwaarden worden gesteld ten aanzien van de (arbo)veiligheid. Dit moet in een Europees land niet moeilijk zijn, omdat de Kaderrichtlijn samenwerking op specifieke punten en met het oog op beroepsrisico’s voorschrijft. Theorie? Of ook al praktijk?

Europa, arbo en inspectie
De Arbeidsinspectie stopt met werken aan de grens. En dan? In Duitsland is er de Verwaltungs-Berufsgenossenschaft. Voor particuliere theaters kan men zich wenden tot www.unfallkassen.de en bij theaters die van een overheid zijn tot www.vbg.de. In België heeft men te maken met het Toezicht Welzijn op het Werk, e-mail: tww.brussel@meta.fgov.be.
Maar dat is nog niet erg concreet.
Het Ministerie van Sociale Zaken verwijst naar de consulaten. Echt handig bij noodgevallen! Een klusje voor de VPT nieuwe stijl?

Wereld, arbo en aansprakelijkheid voor ongevallen en letsel op het werk
De Nederlandse Arbowet moge dan niet van toepassing zijn in het buitenland, het Nederlandse arbeidsrecht is wel grensoverschrijdend.
De werkgever blijft het salaris uitbetalen, het ontslagrecht blijft van toepassing, en, wat hier van belang is, de zorgplicht van de werkgever voor veilige werkomstandigheden blijft eveneens onverkort van kracht. Daarbij hoort een zeer ruime aansprakelijkheid bij letsel dat de werknemer overkomt tijdens het werk.

Arbo, werkonderbreking en het buitenland
In Nederland bepaalt artikel 29 van de Arbowet dat werknemers in zeer onveilige situaties, en dan nog alleen als ze de Arbeidsinspectie niet onmiddellijk kunnen inschakelen, het werk tijdelijk mogen onderbreken.
Maar dat recht houdt op in het buitenland. Hoe nu?
De werknemer zal dan in zeer riskante situaties kunnen terugvallen op zijn arbeidsovereenkomst, waarin bepaald is dat de werkgever en de werknemer zich als goed –gever en –nemer moeten gedragen. Dat betekent natuurlijk dat gezien de verplichting van de werkgever om te zorgen voor een veilige werkomgeving en materialen (artikel 7:658 Burgerlijk Wetboek), de werknemer het recht heeft om het werk tijdelijk neer te legen wanneer aan die veiligheidsverplichting niet meer voldaan wordt. De werknemer zal hiermee zeer behoedzaam moeten omspringen en handelen in vergelijkbare zin als de Arbowet in Nederlandse situaties voorschrijft, maar het is een uiterste middel.
Het is mij niet bekend of hierover rechtspraak is, oftewel of een werknemer hiermee wel eens naar de rechter is gestapt (bijvoorbeeld na ontslag wegens werkonderbreking in het buitenland).

Territorialiteitsbeginsel en de Arbeidstijdenwet
Houden arbeidstijden ook op bij de grens? Ja en nee.
De Arbeidstijdenwet heeft ook territoriale werking en is dus niet van toepassing op werkzaamheden in het buitenland. Als een werknemer zowel in het buitenland als in Nederland werkt worden wel de gewerkte uren in het buitenland meegenomen bij de beoordeling of er geen overschrijding plaatsvindt van de in de Nederlandse Arbeidstijdenwet gestelde normen voor maximum arbeidstijden (bijvoorbeeld per dienst, per week, bij overwerk, alsmede bij consignatie en nachtdiensten).*)

Voor allerlei zaken betreffende theater in het buitenland kan men zich ook wenden tot SICA: Stichting Internationale Culturele Activiteiten, www.sicasica.nl

© Pauline Beran, 2006.
Dit artikel verscheen eerder in Zichtlijnen nr 104, januari 2006.

Gebruikte trefwoorden voor deze nieuwsbrief: , , , , , , , , , ,