Te juridisch. Bestaat dat?

Wanneer is iets te juridisch? Daarover gaat dit artikel.

Veel leidinggevenden komen het tegen: het moet niet te juridisch worden, heet het dan. Een variant van het moet niet veel gekker worden. Dan stokt het gesprek, kennelijk is dat foute boel. Wat nu? Je hebt het gevoel niet meer normaal een onderhandeling af te kunnen ronden, je moet op eieren lopen.
Daarom dit artikel. Weg met die eieren!

Te juridisch. Daar zit een luchtje aan. Wat bedoelen mensen met te juridisch?
Een paar voorbeelden die ik vaak hoor:
1. Teveel regels,
2. Claimcultuur: iets vastleggen alleen om er vervolgens ‘recht op te hebben’,
3. Te formeel, de inhoud doet er niet meer toe terwijl het daar om gaat,
4. Wantrouwen: je trouwt en maakt huwelijkse voorwaarden voor het geval je weer uit elkaar gaat,
5. Escalatie en intimidatie.

Gereedschap
Maar stel, je ziet ‘juridisch’ als gereedschap. Om iets te bereiken.
Je werkt samen en je legt vooraf je afspraken vast. In een arbeidsovereenkomst of een andere overeenkomst. Waarom? Om vooraf duidelijkheid te hebben: wat spreken we nu af? Wat valt er wel en wat niet onder de afspraak? En hoe gaan we tijdens de rit meningsverschillen oplossen over wat we hebben afgesproken?
Die afspraken maken het mogelijk dat je de samenwerking met een gerust hart kunt aangaan. Waar het om gaat is het doel van de samenwerking. De afspraak is middel, geen doel.

Dus: juridisch als gereedschap.
Dan is te juridisch iets wat gewoonweg niet voor kan komen. Zodra iemand zegt ‘ik vind dit te juridisch worden’, besef je: hij bedoelt iets anders.
Machtsmisbruik.
Geneuzel.
Het conflict opzoeken in plaats van het gezamenlijke doel dat de basis was van de afspraak.

Vaak is dat gebaseerd op negatieve ervaringen in het verleden. Die dan worden geprojecteerd in de toekomst.
Gewoon een kwestie van nagaan. 

‘Te juridisch’.  Je zegt toch ook niet ‘te artistiek’?

Gebruikte trefwoorden voor deze nieuwsbrief: , , , , , ,