Waarom is gelijk hebben gevaarlijk?

Een conflict kan heel simpel ontsporen. Dat heb ik weer eens aan den lijve mogen ervaren. Opeens bevind ik mij in een toneelstuk van Kafka.
De hoofdrol: man met medisch beroep. Bijrol: ikzelf. Het onderwerp: verschil van mening over de hoogte van een nota.  Er zou een bedrag in mindering gebracht worden maar dat is niet gebeurd.

De man is moeilijk bereikbaar. Dus schrijf ik een brief met verwijzing naar nota en toezegging. Na drie weken is het nog steeds oorverdovend stil. Bellen dus. Hij blijkt volgens de assistentes ‘te druk’.  Man verdwijnt van het toneel, een beetje zoals in de film The man who wasn’t there van de gebroeders Coen.
In de vierde week schrijf ik een tweede brief, en bespreek mijn probleem met de arts bij wie hij eens per maand praktijk houdt. Die is vol begrip voor mij. Hij trekt de man aan zijn jasje.

Nog steeds is de man ervan overtuigd dat de nota klopt. Het bedrag -na aftrek van-  staat toch in zijn computer? Dus waar bemoeit die arts van mij zich eigenlijk mee? Zijn irritatie groeit.

Na 5 weken stuurt hij mij toch een brief, geheel gewijd aan de medische juistheid van zijn handelen. Hij denkt dat ik de hele nota niet wil betalen. En… hij heeft toch gelijk?
Nogmaals schrijf ik dat ik nergens kan zien dat hij het toegezegde bedrag in mindering heeft gebracht.
Nieuwe wending. Knagende twijfel krijgt ruimte. Wellicht is het bedrag dan toch niet in mindering gebracht?

Hij laat zijn nota’s door een organisatie versturen. En ja hoor, het bedrag in kwestie is daar ten onrechte niet in mindering gebracht.

Intussen zijn we 6 weken verder. Geen toneelstuk dus, maar een soap. Zes weken lang heeft hij gelijk. Sterker nog, al die tijd is hij overtuigd van zijn gelijk. Ik ben dom en doe raar, heel raar.

Finale: hij biedt excuses aan. Zonder smoesjes. Met verantwoordelijkheid. Een zoet einde dus, het is weer vrede. Hij geeft veel details over hoe het voor hem verliep. Daarom is dit verslag mogelijk.

Epiloog en moraal
Waarom vind ik dit –achteraf–  zo interessant?
De man zat opgesloten in de tunnel van zijn gelijk en deed daardoor allerlei dingen niet die je anders wel zou doen. Hij had de eerste brief niet nogmaals gelezen (feitenonderzoek: wat staat er?). Hij had geen contact met mij opgenomen om toelichting te vragen (wederhoor: wat bedoelt ze; vergis ik mij wellicht?). Hij reageerde niet op mijn brieven en telefoontjes (ergernis: daar heb je dat lastige mens weer).

Met het risico dat ik een klacht tegen hem zou indienen. Dat zijn naam bekend zou worden. Ook onder collega’s.

Zo staat de stellige overtuiging dat jij gelijk hebt en de ander ongelijk garant voor problemen. Je ziet alles door de gelijk-bril en je ziet de ander steeds meer als ‘slecht’, ‘dom’ of ‘drammerig’. Voor je het weet heb je er nog een nieuwe overtuiging bij.

Iedereen kent het prettige gevoel van gelijk hebben. En ook de hap in de zure appel van achteraf ongelijk hebben.
Het kan een mooi voornemen zijn: in 2014 zo vaak mogelijk de gelijk-bril afzetten en onderzoeken wat dat oplevert…
Stel dat ik bijvoorbeeld met dit stukje geen gelijk heb? Daarmee ga ik mij in 2014 bezighouden…

Meer zien over ongelijk hebben? En de relatie die dat heeft met kunst?  Zie de TED talk die Kathryn Schulz in 2011 hield.

Gebruikte trefwoorden voor deze nieuwsbrief: , , , , ,